Formule van Heron

Inhoud

Inleiding

Met de formule van Heron kun je de oppervlakte van een willekeurige driehoek bepalen.
De formule die je waarschijnlijk op school hebt geleerd luidt: De oppervlakte van een driehoek is gelijk aan de halve basis keer de hoogte. In formulevorm: A(Δabc)=½basis×hoogte. Maar het is vaak moeilijk om de hoogte op een basis te bepalen. Met de formule van Heron heb je hier geen last van.

De formule van Heron ziet er als volgt uit:

A(\Delta ABC)=\sqrt{s(s-a)(s-b)(s-c)} \\ \small \text{, met s = }\frac{1}{2}(a+b+c)

a is de zijde tegenover hoek A, b de zijde tegenover hoek B en c is de zijde tegenover hoek C:

Figuur 1: Willekeurige driehoek ABC
Figuur 1: Willekeurige driehoek ABC

In dit artikel gaan we deze stelling op een “moderne” manier bewijzen, namelijk met de cosinusregel, die we eerst zullen bewijzen/afleiden.

Op het internet zijn diverse sites met hetzelfde bewijs, maar die zijn zeer bondig in de zin dat er veel stappen als vanzelfsprekend worden verondersteld.

In dit artikel probeer ik geen enkele stap over te slaan.

Goniometrie

Omdat we het gaan hebben over de cosinusregel gaan we in deze paragraaf de belangrijkste zaken over goniometrie beknopt behandelen. Voor iedereen die wiskunde in zijn pakket heeft gehad is dit niet meer dan een herhaling.

Bekijk onderstaande figuur:

Figuur 2: Rechthoekige driehoek ABC met rechte hoek C
Figuur 2: Rechthoekige driehoek ABC met rechte hoek C

We zien een rechthoekige driehoek ABC waarvan we hoek ABC α noemen, hoek CAB β en hoek BCA γ (=90°=½π).

We gaan uit van hoek α.

De zijde a noemen we de aanliggende (t.o.v. hoek α) rechthoekzijde, zijde b noemen we de overstaande rechthoekzijde (t.o.v. hoek α) en zijde c de schuine zijde of hypotenusa.

In deze driehoek zijn nu de volgende verhoudingen gedefinieerd:

cos(inus)α = aanliggende rechthoekzijde / schuine zijde = a / c
sin(us)α = overstaande rechthoekzijde / schuine zijde = b / c
tan(gens)α = overstaande rechthoekzijde / aanliggende rechthoekzijde = b / a = sinα / cosα.

Verder geldt dat:
sin2α + cos2α = 1 .

De hoeken worden dan wel in graden gemeten, waarbij een cirkel 360° heeft, dan wel in radialen die betrekking hebben op de omtrek van de cirkel met straal 1, dus 2π.

Verder is van belang dat cos(90°)=0 .

De cosinusregel

De cosinusregel luidt als volgt: a2 = b2 + c2 – 2.b.c.cosα. Wanneer je in een driehoek de zijden b en c weet en hoek α, dan kun je met deze regel zijde a bepalen.

Er zijn twee varianten op deze regel:

b2 = a2 + c2 – 2.a.c.cosβ en
c2 = a2 + b2 – 2.a.b.cosγ.

Bekijk onderstaande driehoek:

Figuur 3: Willekeurige driehoek ABC met hoogtelijn d vanuit C naar AB
Figuur 3: Willekeurige driehoek ABC met hoogtelijn d vanuit C naar AB

In deze driehoek zit ook de rechthoekige driehoek bed verscholen. En in een rechthoekige driehoek kunnen we de stelling van Pythagoras toepassen.

I) e2 + d2 = b2 ⇒ d2 = b2 – e2

maar ook:

II) (c – e)2 + d2 = a2 ⇒ d2 = a2 – (c – e)2 ,
Nu is (c – e)2 een merkwaardig product dat we kunnen uitwerken:
(c – e)2 = c2 – 2ec + e2 en dus:
d2 = a2 – [c2 – 2ec + e2] = a2 – c2 + 2ec – e2

Uit I) en II) volgt:
b2 – e2 = a2 – c2 + 2ec – e2
b2 = a2 – c2 + 2ec ⇒
b2 – a2 = -c2 + 2ec ⇒
-a2 = -b2 – c2 + 2ec ⇒
a2 = b2 + c2 – 2ec .

En nu zijn we er bijna.

De cosinus van een hoek in een rechthoekige driehoek is gedefinieerd als: De aanliggende rechthoekzijde gedeeld door de schuine zijde.

In de driehoek hierboven geldt: cosα = e / b en dus e = b.cosα.
Substitueren we dit in de laatste formule dan krijgen we:

a2 = b2 + c2 – 2ec = b2 + c2 – 2.b.c.cosα .

Merk op dat de cosinusregel een veralgemenisering is van de stelling van Pythagoras. Immers geldt in een rechthoekige driehoek dat α gelijk is aan 90° en de cosinus van 90° is 0, waarmee 2.b.c.cosα gelijk aan nul wordt. En dan hou je dus de stelling van Pythagoras over!

De formule van Heron

De formule van Heron ziet er dus als volgt uit:

A(\Delta ABC)=\sqrt{s(s-a)(s-b)(s-c)} \\ \small \text{, met s = }\frac{1}{2}(a+b+c)

We pakken de cosinusregel als uitgangspunt en we gaan stap voor stap toewerken naar de formule van Heron waarbij bovenal algebraïsche bewerkingen de hoofdmoot zullen zijn. Laat u hierdoor vooral niet ontmoedigen…

We gaan dus uit van: a2 = b2 + c2 – 2.b.c.cosα.

De sinα = d / b, dus d = b.sinα.

De oppervlakte van een driehoek is ½ × basis × hoogte.

In onze driehoek is dat dus:

A(ΔABC)= ½ × c × d.

Omdat d = b.sinα geldt dus:

A(ΔABC) = ½ × c × b.sinα.

Met de formule sin2α + cos2α = 1 zien we dat
sin2α = 1 – cos2α en dus dat
sinα = ±√(1 – cos2α).

Omdat we hoek α altijd tussen de 0° en 180° kunnen houden geldt dat de sinα altijd groter of gelijk aan 0 is. Daarmee vervalt de – en dus werken we verder met:
sinα = √(1 – cos2α)

Dus:
A(ΔABC) = ½ × c × b.sinα = ½ × c × b × √(1 – cos2α).

Met de cosinusregel kunnen we cosα nu schrijven als:

a2 = b2 + c2 – 2.b.c.cosα ⇒
a2 – b2 – c2 = -2.b.c.cosα ⇒
2.b.c.cosα = b2 + c2 – a
cosα = (b2 + c2 – a2) / 2b .

En dus is:

cos2α = [(b2 + c2 – a2) / 2b]2.

Alles bij elkaar genomen hebben we nu:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{2}bc\sqrt{1-cos^{2}\alpha}= \\ \frac{1}{2}bc\sqrt{1-\left( \frac{b^{2}+c^{2}-a^{2}}{2bc} \right)^{2}}= \\ \frac{1}{2}bc\sqrt{1-\frac{\left( b^{2}+c^{2}-a^{2} \right)^{2}}{4b^{2}c^{2}}}

We gaan moedig verder:

We kunnen 1 schrijven als
1 = (4b2c2) / (4b2c2), daarmee krijgen we dan:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{2}bc\sqrt{\frac{4b^{2}c^{2}-\left( b^{2}+c^{2}-a^{2} \right)^{2}}{4b^{2}c^{2}}}

En omdat √(x/y) = √(x)/√(y) krijgen we:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{2}bc{\frac{\sqrt{4b^{2}c^{2}-\left( b^{2}+c^{2}-a^{2} \right)^{2}}}{\sqrt{4b^{2}c^{2}}}}

Nu is de √(4b2c2) = 2bc.

We kunnen nu dus de wortel uit de noemer verwijderen:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{2}bc\frac{1}{2bc}{\sqrt{4b^{2}c^{2}-\left( b^{2}+c^{2}-a^{2} \right)^{2}}}

Het “getal” voor het wortelteken is niets anders dan:

\frac{1}{2}bc.\frac{1}{2bc}=\frac{1. \cancel{bc}}{2.2 \cancel{bc}}=\frac{1}{2.2}=\frac{1}{4}

Zodat nu overblijft:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{4}{\sqrt{(2bc)^{2}-\left( b^{2}+c^{2}-a^{2} \right)^{2}}}

Houd vol! We zijn al halverwege…

We gaan ons nu concentreren op hetgeen er onder het wortelteken staat. We laten dus voor het gemak even het wortelteken weg; op het einde voegen we die weer toe (en de factor ¼ vergeten we ook niet).

We kijken dus naar (2bc)2 – (b2 + c2 – a2)2:

Merk op dat hier een verschil van 2 kwadraten staat en daar hebben we een merkwaardig product voor. nl.: x2 – y2 = (x – y)(x + y).

We krijgen dan:

(2bc)2 – (b2 + c2 -a2)= (2bc – (b2 + c2 – a2)) (2bc + (b2 + c2 – a2))

Uitgewerkt levert dat op:

(2bc – (b2 + c2 – a2)) (2bc + (b2 +c2 – a2)) = (2bc – b2 – c2 + a2) (2bc + b2 + c2 – a2)

We gaan nu de a2 er buiten halen en wat husselen met de volgorde:

((-b2 + 2bc – c2) + a2) ((b2 + 2bc + c2) – a2)

Om de – bij de b2 en c2 weg te halen schrijf ik ((-b2 + 2bc – c2) + a2) nu als: (a2 – (b2 – 2bc + c2)).

Dan wordt de laatste expressie:

(a2 – (b2 – 2bc + c2)) ((b2 + 2bc + c2) – a2)

In de binnenste haken zien we respectievelijk de merkwaardige producten (x – y)2 = x2 – 2xy + y2 en (x + y)2 = x2 + 2xy + y2,

We krijgen dus:

a2 – (b – c)2) (b + c)2 – a2

En nu kunnen we 2 keer het merkwaardige product x2 – y2 = (x – y)(x + y) zien.

Dus krijgen we:

(a – (b – c)) (a + (b – c)) ((b + c) – a) ((b + c) + a)

en dat is te schrijven als (haakjes wegwerken):

(a – b + c) (a + b – c) (b + c – a) (a + b + c).

Nu gaan we de halve omtrek erin verwerken:

De halve omtrek:

s = (a + b + c) / 2 ⇒
a + b + c = 2s ⇒
a + b = 2s – c en
a + c = 2s – b en
b + c = 2s – a .

(a – b + c) (a + b – c) (b + c – a) (a + b + c) =
(a + c – b) (a + b – c) (b + c – a) (a + b + c) =
(2s – b – b) (2s – c – c) (2s – a – a) 2s =
(2s – 2b) (2s – 2c) (2s – 2a) 2s =
2(s – b) 2(s – c)2 (s – a) 2s =
2.2.2.2(s – b) (s – c) (s – a) s =
16(s – b) (s – c)(s – a) s .

Tijd om onze ¼ en wortel terug te halen:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{4}\sqrt{16(s-b)(s-c)(s-a)s}

De 16 onder de wortel vandaan halen:

A(\Delta ABC)=\frac{1}{4}.\sqrt{16}\sqrt{(s-b)(s-c)(s-a)s}= \\ \frac{1}{4}.4\sqrt{(s-b)(s-c)(s-a)s}= \\ \sqrt{(s-b)(s-c)(s-a)s}

En als we nu tot slot de volgorde van de factoren veranderen dan hebben we eindelijk de formule van Heron:

A(\Delta ABC)=\sqrt{s(s-a)(s-b)(s-c)} \\ \small \text{, met }s=\frac{1}{2}(a+b+c)

Ik geef toe dat het een heel karwij was maar we hebben iedere mogelijke stap uitgewerkt, en dat was het doel van dit artikel.